Interview met schepen Bieke Verlinden: “TEJO heeft zich snel bewezen als belangrijke partner van een warme stad voor jongeren”

TEJO Leuven is verheugd te kunnen aankondigen dat er met de Stad Leuven een nieuwe samenwerkingsovereenkomst is gesloten, voor de periode 2026-2028.  Het Leuvense TEJO-huis kan al sinds de start op (financiële) steun van de Stad rekenen.  Hoog tijd voor een babbel met afscheidnemend schepen van Welzijn Bieke Verlinden.

Van bij de start in 2019 draagt het stadsbestuur het Leuvense TEJO-huis een warm hart toe en geeft het ook financiële steun.  Waarom vinden jullie TEJO belangrijk?

“We hebben TEJO van in het begin gesteund omdat we geloofden dat er nood was aan een TEJO-huis in Leuven.  Ik was aanwezig op de startvergadering en was onder de indruk van het enthousiasme van de enkele tientallen mensen die er vanuit verschillende organisaties zoals De Wissel, het CAW en vele andere aanwezig waren.  Het was snel duidelijk dat ze een plek nodig hadden voor laagdrempelige, therapeutische begeleiding van jongeren.  We wilden dat vanuit de Stad groeikansen geven.  TEJO heeft zich snel bewezen als belangrijke partner van een warme stad voor jongeren.  Zij kunnen er steeds, in alle discretie, terecht voor een luisterend oor.  TEJO is een van de cruciale spelers op het gebied van laagdrempelige therapie. Dat de nood eraan duidelijk was, en nog steeds is, bewijzen de cijfers.”

TEJO is een van de vele spelers op vlak van (mentaal) welzijn (voor jongeren) in Leuven.  Wat doet de Stad nog zoal?

“We proberen als Stad vooral een klimaat te creëren waarin organisaties elkaar vinden en samen een sterk netwerk rond mensen vormen.  Een mooi voorbeeld daarvan is de Samen Veerkrachtig 10-daagse van de Geestelijke Gezondheid, van 1 tot 10 oktober.  Dit jaar brengen een zestigtal Leuvense organisaties samen 74 activiteiten, soms ook door de krachten te bundelen.  Het thema is heel toepasselijk ‘goed omringd zijn’.  Want mentaal welzijn gaat niet alleen over professionele hulp wanneer het moeilijk wordt.  Het gaat ook over mensen rondom je hebben, ergens bij horen, samen bewegen, creëren, praten of gewoon ontmoeten.  Net die verbondenheid kan mee helpen voorkomen dat mensen er alleen voor komen te staan.”

Met welke problemen kampen de (Leuvense) jongeren vooral volgens u?

“Het grootste probleem, niet alleen van jongeren, is eenzaamheid.  Dat betekent niet per se dat ze geen vrienden zouden hebben, maar dat problemen die ze ervaren niet gezien worden.  Dat ze dus zelf niet gezien worden en denken dat ze alleen zijn met hun problemen.  De samenleving is erop gericht dat je elk probleem moet kunnen oplossen, maar soms moet je beseffen dat dat niet gaat, dat je ermee moeten leren leven.  Als ‘medelevers’ vinden we dat soms moeilijk en vinden we niet altijd de juiste woorden.  Ik ben voorstander van compationate communities, waarbij buurten, vrienden, families elkaar helpen en steunen in momenten van crisis en verlies. Verlies moet je overigens veel breder zien dan een overlijden.  Je kan op vele vlakken verlieservaringen hebben: een relatiebreuk, een ontslag, kinderen die het huis uitgaan, en ziektediagnose, pensionering, een verhuis... Het is belangrijk om als gemeenschap beter te leren omgaan met rouw en verlies.  Mensen voelen zich vaak niet begrepen.  Aan bepaalde, goedbedoelde, reacties hebben mensen vaak geen boodschap.  Bij een relatiebreuk bijvoorbeeld zeggen ‘Je vindt wel een andere partner’ helpt op dat moment niet.  We moeten handvatten aanbieden om met zulke (rouw)momenten om te gaan.”

Hoe kunnen we als gemeenschap onze jongeren nog meer helpen?

“De rol van de gemeenschap is volgens mij om moeilijke momenten (bij jongeren) te leren zien en jongeren de ruimte te bieden om hun verhaal te delen.  Om daadwerkelijk naar hen te luisteren, vooral actief luisteren.  Vaak denken ze dat ze alleen zijn met een bepaald probleem.  Als ze kunnen erkennen en herkennen dat ze niet de enigen zijn, is dat al een hele grote stap.  We moeten allemaal ook wat ‘liever’ zijn voor elkaar, als gemeenschap en als individu.  Aanspreekpunten creëren in de buurt, op school, in een vereniging is erg belangrijk.  Daarom zetten we als Stad ook in op zaken als Kom op voor je Wijk, Dag van de Buren, speelstraten en dergelijke.  Dat zijn momenten waarop je samenkomt en verbinding kan zoeken en vinden.”

Eind dit jaar stop je als schepen.  Op welke initiatieven op vlak van mentaal welzijn (voor jongeren) ben je het meest fier?

“Er zijn er uiteraard meerdere. Maar TEJO is er daar zeker een van. Ook het Inloophuis voor mensen met kanker, de Zorgcirkels Jongdementie zijn voorbeelden van belangrijke, laagdrempelige plekken, waar je op een informele manier alles kan delen en een gevoel van wederkerigheid ervaart.  Nog zaken waaraan ik met trots terugdenk zijn initiatieven rond (buitenschoolse) kinderopvang, Kirikou, Iedereen digitaal, Huis van het Kind en alles rond afscheid en troost, verlies en rouw.”